Historiek

In het begin van de jaren ’60 vatten enkele personen, betrokken bij de werking van het toenmalig Beschermingscomité voor verlaten kinderen van het gerechtelijk arrondissement Brugge, de idee op om het specifiek probleem aan te pakken van een aantal jeugdige zeevissers die geen behoorlijke thuis aan wal hadden. Het ging zowel om varende oud-leerlingen van het Koninklijk Werk Ibis als om andere jongeren die al dan niet onder toezicht van de Kinderrechter stonden.

In het najaar 1963 besloten de heren André Opstaele, Hubert Caestecker, Jan Felix en Gerard Daniels eensgezind om daartoe een vereniging zonder winstoogmerk op te richten. Visserstehuis “De Bolle” vzw was geboren. De statuten werden gepubliceerd in de bijlage tot het Belgisch Staatsblad van 19 december 1963 onder het nummer 5232.

Op 22 november 1963 werd de vzw in het stadhuis van Oostende officieel boven de doopvont gehouden. Achtentwintig personen ondertekenden de oprichtingsakte, onder wie vertegenwoordigers van de drie pijlers van de vereniging, met name het Beschermingscomité voor verlaten kinderen van het gerechtelijk arrondissement Brugge, de Rederscentrale en de Stad Oostende.

Het duurde nog een hele tijd voor er met de eigenlijke werking van het tehuis kon worden gestart. Het gebouw aan de Twee Bruggenstraat, dat van de Stad Oostende voor een symbolische frank werd gehuurd, verkeerde immers in een uiterst bouwvallige staat. Dankzij de gulle schenking van de heer Raymond De Cloedt kon de vereniging het gebouw aankopen.

Na grondige restauratie en opfrissing van het gebouw, mogelijk gemaakt door de vele giften van zowel officiële instanties als van privé-instellingen en particulieren, kon op 3 juli 1965 de eerste jongere opgenomen worden in “De Bolle”.

Terwijl “De Bolle” in zijn ‘pioniersjaren’ op eigen kracht en met de beschikbare middelen werd gerund, zou een koerswijziging in het begin van de jaren ’70 een belangrijk effect sorteren. Bij Koninklijk Besluit van 5 september 1972 werd Visserstehuis “De Bolle” vzw door de Minister van Justitie erkend als tehuis voor jonge werknemers, zoals voorzien in de bijlage van het K.B. van 29 april 1969. Het tehuis ressorteerde voortaan onder het Ministerie van Justitie en kon aanspraak maken op subsidiëring, zowel voor werkingskosten als voor de wedden en lonen van het personeel. De erkenning zorgde er tevens voor dat de jongeren er niet langer op vrijwillige basis konden verblijven, maar dienden doorverwezen te worden door de Jeugdrechter of het Comité voor Bijzondere Jeugdzorg (voormalig Jeugdbeschermingcomité).

De verlengde leerplicht, de verlaging van de meerderjarigheid, de steeds ingrijpendere beleidsmaatregelen en niet in het minst de terugloop van de vissersvloot en de afname van de scheepsbemanningen hebben er echter toe geleid dat “De Bolle” na verloop van tijd niet enkel jeugdige vissers opnam, maar ook niet-varende jongeren.

Door de onteigening voor openbaar nut, als gevolg van de aanleg van de verbinding tussen het Kennedy rondpunt – Kruispunt De Bolle werd het voortbestaan van Visserstehuis “De Bolle” echter ernstig bedreigd. Na rijp beraad werd door de Raad van Beheer en de Algemene Vergadering van Visserstehuis “De Bolle” vzw, onder de niet aflatende inzet van de Voorzitter, in 1998 beslist om een nieuw Visserstehuis “De Bolle 2000” te bouwen. Met ingang van 1 april 2000 werd het Visserstehuis “De Bolle” erkend op het adres Dr. Ed. Moreauxlaan 277, te 8400 Oostende.